Lang, érg lang geleden

Decennia lang waren radio, tv, tijdschrift en krant de enige vorm van enige betekenis. Het plaatsen van stripverhalen was een van de beproefde methoden om lezers te lokken. Dit is een pagina uit het Eindhovens Dagblad van ‘Koninginnedag’ 30 april 1964. De paginagrootte van de krant was toen nog reusachtig (broadsheet: 415mm x 578mm). De strips hadden een enorme impact in een tijd waarin nog maar nauwelijks andere varianten van entertainment bestonden. Heel wat lezers van Suske en Wiske knipten de stripstroken elke dag uit om er later een boekje van te bundelen.
Een oom vertelde mij heel vroeger dat hij dat al voor WO 2 deed.

American cartoonist

Terwijl in de jaren ’40 en ’50 in Europa enkele pioniers vochten om als cartoonist of striptekenaar een bestaan op te bouwen was men aan de overkant van de grote plas al veel verder. Talloze stimulerende do-it-yourself drukwerkjes vonden gretig aftrek. Een rijke biotoop aan reclamebureaus en uitgevers, met gebouwen, billboards en allerlei soorten drukwerk als canvas, bood veel tekenaars een glanzende carrière. Al sinds 1900 was dit tot een ware business uitgegroeid. In Europa werd net na de bevrijding de kunst snel afgekeken en binnen drie decennia waren de rollen omgekeerd en inspireerde met name Franse kunstenaars hun Amerikaanse en Canadese geestverwanten.

Pogo

De Amerikaanse krantenstrip “Pogo” van Walt Kelly liep van 1948 tot 1975 en was immens populair. Kelly was een ervaren tekenaar maar ook een satiricus en een poëet. Zijn werk had een enorme veelzijdigheid die te ver voert voor dit stukje. “Impollutable Pogo” is een uitgave uit 1970, de tijd waarin het groeiende milieubewustzijn in Amerika voet aan de grond kreeg in muziek, boeken en films, om in de jaren 80 vermorzeld te worden door de graaizucht van de Reagan administratie, zodat we nu alsnog met de gebakken peren zitten. Pogo is een buidelrat die omgeven is door kleurrijke medebewoners van het Okefenokee moeras, die niet zelden op bekende persoonlijkheden lijken. Zoals voormalig vice-president onder Nixon, Spiro Agnew, op deze cover uitgebeeld als hyena.

De zaak Oppenheimer

Heinar Kipphardt (1922 – 1982) was een Duitse toneelschrijver die een succesvol toneelstuk schreef over Robert Oppenheimer getiteld: “De zaak Oppenheimer”. Dezelfde Oppie die nu volop in de belangstelling staat door de nieuwe film van Christopher Nolan. De Nederlandse vertaling van het stuk verscheen in 1979 als SUNschrift 148 in een mooie uitgave door de “Socialistiese Uitgeverij Nijmegen”.

Ryuichi Sakamoto

Als er één artiest is bij wiens klanken het geweldig schilderen is, dan is het wel deze unieke Japanner. Helaas heeft hij toch de strijd op moeten geven tegen zijn ziekte. Al vanaf de hilarische jaren ’80 electropop met het YMO (Yellow Magic Orchestra) tot aan de diep doordringende soundscapes van nu ben een groot bewonderaar van zijn composities, met als bijzondere uitschieters de soundtrack voor “The Revenant” (2015) en het mysterieuze album “Async” uit 2017. Een groot gemis. Maar gelukkig hebben we zijn onsterfelijke muziek nog.

Dawson City: Frozen Time

Zo in het zicht van een nieuw jaar dacht ik opeens aan een betoverende documentaire uit 2016 die ik afgelopen jaar pas tegenkwam. De film vertelt aan de hand van voornamelijk ‘found footage’ (oud herontdekt filmmateriaal) de geschiedenis van de verlaten stad Dawson City, van de Klondike Gold Rush tot aan onze tijd. Enkele decennia geleden werden 533 nitraat filmrollen ontdekt in bevroren grond onder een oude schaatsbaan. Ze bevatten talloze verloren gewaande beelden die digitaal zijn gereconstrueerd. Dat leidde in de handen van filmmaker Bill Morrison en ondersteund door een prachtige muziekscore tot een betoverende tijdreis, met aan het einde een wonderlijke twist naar onze huidige tijd.

Laatbloeier

Deze omslag van het Amerikaanse blad “Collier’s” uit 1955 laat ons een vrolijk Brits koningskind zien die decennia later de vraag rechtsboven op deze cover meer dan waarmaakt. Na je 77e ben je zeker niet te oud voor een baan, dat wordt tegenwoordiger wel duidelijk.

Klantenservice van het reisbureau

In een nalatenschap vond ik deze keurig bewaarde folder uit het begin van de jaren zestig, gewijd aan de Italiaanse stad Mantua. De doelgroep is de internationale toerist, en het hoge niveau van informatie en cartografie laat zien dat er zeker niet gemikt werd op het toerisme van resorts en patatkramen. In de reispapieren van elke busreiziger vind je bijvoorbeeld nog de persoonlijke gegevens van al je medereizigers, tot aan het telefoonnummer toe. Ik hoor een cynische schaterlach klinken vanuit de 21e eeuw…

Essential Guides

Het Britse blad New Scientist geeft geregeld zogenaamde Essential Guides uit; specials over allerlei wetenschappelijke onderwerpen zoals The nature of Reality, Einsteins Universe, Life on Earth, en het onlangs verschenen, enorm boeiende nummer over bewustzijn: Consciousness. Zo ben je als lezer weer snel op de hoogte van het laatste onderzoek, dankzij deze grafisch perfect vormgegeven collector items. Het enige dat nog ontbreekt zijn goeie vertalingen voor gebruik in het Nederlands onderwijs.

Ver voor de vliegschaamte

Lang voordat we ons zorgen maakten om onze vervuilde atmosfeer mocht je nog onbezorgd zingen over het vooruitzicht op verre einders en exotische bestemmingen. Maar eigenlijk gaat het hier om het fenomeen ‘singeltje’. Het kleine broertje van de LP. Bestaat het nog? Of is de naam net zo uitgestorven als de begrippen ’45-toeren’, ‘sensurround’, ’telefoontoestel’, ‘beeldbuis’, ‘Walkman’ en ‘Tyrannosaurus Rex’.

“Once I get you up there
Where the air is rarefied
We’ll just glide
Starry-eyed
Once I get you up there
I’ll be holding you so near
You may hear
Angels cheer, ‘cause we’re together”