Laatbloeier

Deze omslag van het Amerikaanse blad “Collier’s” uit 1955 laat ons een vrolijk Brits koningskind zien die decennia later de vraag rechtsboven op deze cover meer dan waarmaakt. Ben je na je 45e te oud voor een baan?

Klantenservice van het reisbureau

In een nalatenschap vond ik deze keurig bewaarde folder uit het begin van de jaren zestig, gewijd aan de Italiaanse stad Mantua. De doelgroep is de internationale toerist, en het hoge niveau van informatie en cartografie laat zien dat er zeker niet gemikt werd op het toerisme van resorts en patatkramen. In de reispapieren van elke busreiziger vind je bijvoorbeeld nog de persoonlijke gegevens van al je medereizigers, tot aan het telefoonnummer toe. Ik hoor een cynische schaterlach klinken vanuit de 21e eeuw…

Essential Guides

Het Britse blad New Scientist geeft geregeld zogenaamde Essential Guides uit; specials over allerlei wetenschappelijke onderwerpen zoals The nature of Reality, Einsteins Universe, Life on Earth, en het onlangs verschenen, enorm boeiende nummer over bewustzijn: Consciousness. Zo ben je als lezer weer snel op de hoogte van het laatste onderzoek, dankzij deze grafisch perfect vormgegeven collector items. Het enige dat nog ontbreekt zijn goeie vertalingen voor gebruik in het Nederlands onderwijs.

Ver voor de vliegschaamte

Lang voordat we ons zorgen maakten om onze vervuilde atmosfeer mocht je nog onbezorgd zingen over het vooruitzicht op verre einders en exotische bestemmingen. Maar eigenlijk gaat het hier om het fenomeen ‘singeltje’. Het kleine broertje van de LP. Bestaat het nog? Of is de naam net zo uitgestorven als de begrippen ’45-toeren’, ‘sensurround’, ’telefoontoestel’, ‘beeldbuis’, ‘Walkman’ en ‘Tyrannosaurus Rex’.

“Once I get you up there
Where the air is rarefied
We’ll just glide
Starry-eyed
Once I get you up there
I’ll be holding you so near
You may hear
Angels cheer, ‘cause we’re together”

Sanshô dayû

Mijn interesse in de Japanse cinema begon ooit met Kurosawa en Ozu, twee klassieke filmregisseurs die werkten in de moeilijke tijden voor en na de Tweede Wereldoorlog. Maar er was nog een derde grootheid waarvan ik het werk pas veel later leerde kennen: Kenji Mizoguchi. In zijn relatief korte leven heeft hij talloze pareltjes gedraaid, met als een van de hoogtepunten de film “Sanshô dayû” – Sansho de deurwaarder. Samen met nog enkele andere van Mizoguchi’s films is deze wijze vertelling te bewonderen op YouTube, met Engelstalige ondertiteling. Aanzetten en via Google projecteren op je tv scherm, is mijn advies!
https://www.youtube.com/watch?v=HIAjLELtfDI&list=PLRuzKA97EDzYVWEi-cGG4FL13pSJNrNKL&index=144

Igor Mitoraj

In Museum Beelden aan Zee in Den Haag is momenteel het werk te zien van de Poolse beeldhouwer Igor Mitoraj (1944-2014). Ik had nog nooit van hem gehoord. Bij het zien van zijn werk, voornamelijk beïnvloed door mythologie en klassieke beeldhouwkunst, was ik onmiddellijk ‘om’. Op het eerste gezicht ogen zijn enorme sculpturen als opgravingen van fragementen uit de oudheid, maar als je beter kijkt zie je dat de subtiele toevoegingen er tijdloze sculpturen van maken.

Foster books

Onlangs had ik mijn twee legendarische lesboeken over animatie weer eens in handen. Geschreven door Preston Blair, een top-animator, gingen deze instructieboeken van uitgever Walter T. Foster met met meer dan een miljoen exemplaren wereldwijd over de toonbank. (De titels worden, gebundeld als één boek, nog steeds verkocht.) Elke serieuze kunstmaterialen verkoper had vroeger wel de typische metalen carrousel met grote dunne Foster boeken in de winkel staan. Foster (1891-1981) begon bijna 100 jaar geleden als allround kunstliefhebber vanuit zijn woning met het kleinschalig in eigen beheer uitgeven van instructiemateriaal voor beginnende kunstenaars. Zijn eerste titel schreef en illustreerde hij zelf: “How to draw”. Uiteindelijk werd het big business. Van dieren, modeltekenen, landschappen en technisch tekenen tot comics, cartoons en animatie. Met een verfrissende openheid, ooit een van de beste Amerikaanse eigenschappen, was alles even belangrijk. Onlangs werd zowaar een nieuwe website aangekondigd: walterfoster.com

La revue des écoles

In de 20e eeuw was “De optocht van de scholen in 1878” het soort bourgeois kunst waartegen James Ensor zich afzette. Mede daarom hangt het wellicht al jaren ergens eenzaam in de entreehal van het Koninklijk Museum voor Schone kunsten in Brussel. Het reusachtige doek meet ruim 2,5 bij 4 meter en doet denken aan een groot filmscherm. Hoewel er allerlei heftige, ingewikkelde politieke motieven achter dit kunstwerk verborgen zitten (lees: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_optocht_van_de_scholen_in_1878), vind ik het door Jan Verhas (1834-1896) geschilderde spektakelstuk vanuit mijn 21-eeuwse blik vooral vertederend. Met name door de wijze waarop de meisjes zijn neergezet.

The Problem We All Live With

De beroemde illustrator Norman Rockwell stapte op zijn 75e over naar het tijdschrift “Look” uit frustratie over zaken die in andere bladen niet benoemd mochten worden, zoals racisme. Tot dan toe grossierde hij in weliswaar prachtige, maar erg rooskleurige beelden van zijn land. Deze trieste illustratie, gebaseerd op een gebeurtenis in 1960 nadat de overheid rassenscheiding op scholen verbood, was een van zijn nieuwere werken. Op de foto de scholiere Ruby die destijds, bewaakt door U.S. marschals, naar school ging. Lees hier haar ongelooflijke verhaal. Ze was in 2011 te gast in het Witte Huis en staat voor het schilderij “The Problem We All Live With” van Rockwell (onderaan) dat onder president Obama tentoongesteld werd. In de jaren ’60 en ’70 waren er zoveel schrijvers, musici en kunstenaars die zich inzetten voor de strijd tegen het racisme en kijk waar we nu zijn, 60 jaar later. Sommige zaken zijn in essentie verbeterd, maar verder?

Harry Gruyaert

Magnum fotograaf Gruyaert werd in 1941 in Antwerpen geboren en geldt als dé Europese pionier van de kleurenfotografie. Hij fotografeert zowel de hectiek en de banaliteit van de straat als de stilte van een kustlandschap. Zijn foto’s zijn bijzonder intrigerend en prachtig van kleur. Tot 28 februari 2021 te zien in het Gemeentemuseum van Helmond.